Kapper Kamerbeek: ‘Na bijna zestig jaar laat ik haar nu los’

10-05-2018

Zijn klanten zien hem met lede ogen vertrekken. Maar voor kapper Hans Kamerbeek is het na 58 jaar tijd om met pensioen te gaan. Binnenkort stopt hij met zijn loopbaan, die in het Gelderse Bennekom begon. Op advies van vakmensen ging hij in de jaren zestig naar Amsterdam. Daar werkte hij bij onder anderen topkapper Loek Limburg. De roerige hoofdstad beviel hem echter niet. Hij miste 'de dorpse huiselijkheid' en zocht naar een stad met veel groen. In het Noordeinde in Den Haag vond hij zijn bestemming en opende daar in 1969 een salon.
Tijdens de kappersopleiding werd zijn talent al ontdekt. Niet zo verwonderlijk. Hans Kamerbeek maakt deel uit van de derde generatie kappers. Zijn grootvader gaf in1902 in Velp de aanzet. "Hij was in een klein hoekhuis begonnen en opende later in een veel groter pand een Salon voor Dames en Heren. Daar was ook een parfumerie bij." Opa en oma - zij schoolde zich van hoedenmaakster om tot dameskapster - dreven de succesvolle zaak. Ook Kamerbeeks ouders, die de salon erfden, vormden 'een unieke combinatie'. Deze traditie werd door hun zoon Hans en zijn vrouw voortgezet. Alice, van oorsprong directiesecretaresse, behaalde de diploma's schoonheidsspecialiste, pedicure en dames- en herenkapster. Centimeters dik is de ordner, met daarin papieren van hun afgeronde opleidingen en bijscholingen.
De familiegeschiedenis is hem dierbaar, blijkt uit zijn relaas. "Mijn opa," vertelt hij, "had acht wachtstoelen en twee behandelstoelen. Welgestelde mannen, onder wie baron van Pallandt, lieten zich dagelijks scheren en spraken dan uitgebreid met elkaar. Het was een drukke herenzaak. Tót de klanten de Gillette scheermesjes gingen gebruiken." En over de salon van zijn ouders: "Het was de tijd van onduleren, permanent en watergolf. Vrouwen zaten soms halve dagen in de zaak. Mijn moeder heeft weleens verteld dat zij af en toe brood gaf." Zijn vader overleed op 47-jarige leeftijd. De salon werd voortgezet door zijn zuster. Zij verkocht later de zaak, die nu nog steeds de naam Kamerbeek draagt.

Hans Kamerbeek woonde al in Den Haag en werkte bij kapper Jack Wesseling toen een advertentie in de Haagsche Courant een nieuwe wending aan zijn leven gaf. Daarin stond: 'Tegen elk aannemelijk bod in het centrum van Den Haag een kapsalon en kleine woning'. Tot zijn grote blijdschap ontdekte hij dat de zaak in het Noordeinde zat. Een paar jaar eerder was hij 'op slag verliefd geworden op deze straat.'
In de loop van de jaren onderging de zaak acht verbouwingen en werd uitgebreid met een schoonheidssalon/ annex pedicurepraktijk. Ontwikkelingen volgde Kamerbeek nauwgezet. Zo was hij de eerste kapper in Den Haag die werkte met zelf geïmporteerde henna en de eerste kapsalon met een eigen website. Zijn liefde voor het Noordeinde zette hij ook om in daden. Kamerbeek was actief in het Buurtschap en verdiepte zich in de geschiedenis van zijn straat. Voor de parlementaire agenda schreef hij daar eens een tien pagina's tellend verhaal over, met als titel 'Het Noordeinde al eeuwen trendbestendig'. Met nadruk: "Ik heb me zeer bevoorrecht gevoeld om daar een zaak te mogen hebben."
Toch vertrok hij na veertig jaar uit de buurt. Met het oog op zijn naderend pensioen koos hij een kleinere locatie. Zijn klanten - sommigen worden al vijftig jaar door hem geknipt - volgden. "In al die jaren heb ik een grote verscheidenheid aan mensen meegemaakt en tijdens het bestaan van mijn zaak heb ik hele carrières zien groeien: van secretaresse tot directeur of zelfs tot minister."
Hans Kamerbeek wist overigens op een creatieve manier de aandacht te vestigen op zijn zaak. Zo plaatste hij ooit in de Haagsche Courant wekelijks bij de familieberichten een advertentie. De eerste luidde: 'Kamerbeek: Ik hou van haar'. Daarna volgde een hele reeks, zoals 'Kamerbeek: Als de ander haar niet ziet zitten.' De laatste heeft hij ook paraat. Met een brede glimlach: "Ik ga haar nu toch loslaten."